Home > Nieuws > Nieuws > Verslag weekend Limburg

Vrijdag en zaterdagmorgen
Vrijdagmorgen werd aan de Hooglanden verzameld (Hilbrand, Joop, Sierd, Frank, Anje, Jorunn, Steffen, Martijn en Richard) voordat wij vertrokken naar Zuid-Limburg.

Boedelbak on tour Even de boedelbakken inpakken en vol verwachting vertrokken we naar de Geulhof in Mechelen.
Joop en Sierd trokken ieder een boedelbank, deze zaten vol met fietsen en bruine bonen. Halverwege vroeg Frank zich af hoeveel kratten bier er in zijn boedelbak zaten, de bak gedroeg zich als een giertank achter zijn auto.

Eenmaal aangekomen bij de Geulhof waren Wolter, Léon, Digna, Jan, Bob en Albert Jan reeds aangekomen. Het weer was prima en dus werden snel de fietsbroeken aangetrokken voor een verkennend rondje. Onderweg naar start/finish op het Avantis-terrein achter Bocholtz reed Jorunn lek. Een behulpzame automobilist ging boven op de rem staan, de melkbussen in het achterop komende busje vlogen duidelijk dwars door dat busje, en bracht de band weer op spanning.
Op het Avantis-terrein werden de startbewijzen opgehaald, ook werd nog wat geshopt op de fietsbeurs. Vervolgens werd nog een klein rondje gefietst via de Eyserbosweg en de Koning van Spanje. Even lekker volle bak rammen op de Eyserbosweg, op de zaterdag tijdens Limburgs Mooiste is dat natuurlijk veel te riskant.

Nederland-Spanje Terug bij de kampeerboerderij begon de voorbereiding op de avond van het Nederlands Elftal en natuurlijk de tocht van zaterdag. Er werd ouderwets gebunkerd tijdens de pastamaaltijd, Léon heeft naar het schijnt vier keer opgeschept. Niet onlogisch gezien de opgave die hem te wachten stond, 245 km en meer dan 4000 hoogtemeters lagen op hem te wachten. Ondertussen waren de laatste deelnemers gearriveerd, Peter, Hilda, Kirsten en Ronnie waren mooi op tijd voor de aftrap van Spanje-Nederland. Dat werd een onvergetelijke wedstrijd. Léon, die de volgende morgen al om 5.30 uur zou vertrekken probeerde de slaap te vatten tijdens de tweede helft, dat was niet makkelijk. Maar liefst vier keer ontplofte ons verblijf waarop Léon weer tevoorschijn kwam en aldoor blies op een klein apparaatje waar heel veel lawaai uit kwam. Met een bult moraal ging iedereen slapen.

’s Morgens zat iedereen op de tijd alweer zijn eigen voorbereiding te beleven. Pannenkoeken, pasta, brood, brinta en dergelijke werden naar binnen gewerkt. Ondertussen werd angstvallig naar buiten gekeken, een enkele drup viel uit de lucht die voor de rest volledig bewolkt was. Nog een halve bar erbij, toch maar die armstukken aan en nog een schepje wit poeder in de bidon. Voor de leek moet dat nerveuze gedoe vlak voor vertrek een waar schouwspel zijn. Nog een laatste groepsfoto en ‘en groupe’ werd rond 7.30 uur vertrokken richting de start.

175 km
Limburgs Mooiste terrein Drukte bij de start, een routesplitsing na 100 m en binnen enkele kilometers de eerste klimmetjes. Binnen de kortste keren fietste ik in mijn eentje. Vooral in de klimmetjes zag ik meerdere rode shirts verderop fietsen, af en toe kon ik via de afdaling weer naar het laatste wiel denderen. Ondertussen bleek mijn voorspelling dat de eerste 50 km loodzwaar zou zijn waarheid. De ene na de andere kuitenbijter passeerde op het parcours waaronder de Eyserbosweg en de Dodeman. Achteraf bleek dat sommigen zelfs drie keer de Eyserbosweg op zouden rijden dit weekend, daar werd later smakelijk om gelachen.
Zo door de dag heen fiets je dan weer alleen, dan weer in de groep en dan weer met z’n tweeën. Richting de tweede stop fietste ik een tijdje met Peter en Wolter op. Eenmaal bij de ravitaillering stonden Bob, Albert Jan, Joop, Jan en Frank daar al. Jan zag ik in eerste instantie niet, die kwam even later met het shirt uit en de hupzelen naar beneden uit een Dixie tevoorschijn komen.
De organisatie had twee bevoorradingen vlak voor een klimmetje gelegd, dit voelde niet fijn in de benen wanneer je net weer was opgestapt. Ook vanuit de tweede stop was dit het geval. We begonnen weer met 8 man aan het klimmetje, eenmaal boven lag het groepje al weer uit elkaar. In het middelste gedeelte volgden de klimmetjes elkaar minder snel op en ze waren bovendien gemakkelijker. Toch werd richting de derde stop nog de Koning van Spanje beklommen en nog een ander klimmetje (Scheepspad ofzo) die niet fijn meer voelden in de kuiten. Ik kwam Joop achterop gereden die vertelde dat hij last had gehad van kramp op de Koning van Spanje.
Bij de derde stop werden de bidons weer gevuld en ik propte nog twee appelkoeken naar binnen. Intussen hadden we al heel wat kilometers gehad. Mijn achterzakken begonnen wat leeg te raken en we stonden op het punt te beginnen aan de lus door België. Daarna lagen onder andere de Camerig en de beklimming naar Vaals nog op ons te wachten.
Het viel mee met de sleet op mijn benen, ik voelde mij relatief sterk, “dat was wel eens anders geweest in deze fase van een lastige tocht als Limburgs Mooiste”, dacht ik. Samen met Frank fietste ik een tijdje op met een oudere man. Type klein en taai, hij daalde als Paolo Savoldelli, we hebben hem amper zien remmen voor en bocht. Op de glooiende stukken kon ik nog makkelijk de grote plaat draaien, het voelde lekker om tempo te rijden op kop. Vanuit Teuven reden we door het bos omhoog over een hele slechte weg. Later hoorden we dat Jan hier lek zou rijden, geen wonder!
Ik had nog twee gelletjes bij me en besloot dat dit het moment was voor een dosis power. Op de Camerig kon ik zodoende lekker omhoog fietsen. Even later in de beklimming naar Vaals bleek de meeste power alweer te zijn vervlogen, eerst Frank en daarna Albert Jan en Bob reden gestaag bij mij vandaan. Digna en Steffen bij drielandenpunt Bovenop Vaals was de laatste bevoorrading, mooi op tijd, mijn bidons waren alweer leeg.
Daar was het vies afkoelen wat wij vooral merkten in de afdaling naar Vaals. Met een laatste lus door Duitsland vlakbij Aken slingerde het parcours zich richting de finish. De beklimming van de Rohrberg Oost zat nog in mijn achterhoofd en toen er een pijl naar links stond in een dorpje was het zover. Eerst een stukje kasseien (krijg ik altijd moraal van) en daarna stijl omhoog over een slechte weg. Vorig jaar stond hier een fotograaf wist ik nog. En dus zorgde ik ervoor dat ik alleen reed, truitje recht en de juiste houding op de fiets. Misschien nog iets tempo minderen om op het moment suprême extra mooi in volle inspanning op de gevoelige plaat te komen. Ik draaide links door de bocht en er bleek geen fotograaf te staan, jammer.
Zoals al aangekondigd door de organisatie was het laatste stukje parcours smal, bochtig en van slechte kwaliteit. Dat bleek ook uit de vele paaltjes en kuilen in de weg, ik was verbaasd dat zo’n organisatie hier duizenden fietsers langs stuurt.
Eenmaal bij de finish zag ik Frank alweer, Bob en Albert Jan sloten vlak achter mij aan in de rij. Even een lekker fris biertje van de organisatie en daarna terug naar de kampeerboerderij.

Zaterdagavond en zondag
Pech voor Jorunn Bij terugkomst bleken er al heel wat fietsers terug te zijn. Op verschillende manieren had bijna iedereen zijn/haar tocht tot een goed einde gebracht. Alleen Jorunn had pech gehad met de fiets waarna ze lang moest wachten voordat iemand van de organisatie haar terug bracht, dat was jammer. Ondertussen vlogen de doppen door de lucht en werd er flink gegeten van borrelnootjes en worst.
Om verschillende redenen besloten maar liefst zes deelnemers van onze groep alweer zaterdagavond terug te gaan naar het noorden. Dat betekende meer bruine bonen voor de rest. Anje en ik sloegen aan het koken waarbij we niet alles in de pan gooiden. Er was ingekocht voor twintig en eten weggooien is jammer. Daar hadden wij ons toch in misrekend, toen de laatsten in de rij wilden opscheppen waren de bonen op. Snel werd opgeschakeld en enkele ogenblikken later kon ik ook een groot bord eten voor mijn neus zetten.
Jan CordesZoals elk jaar valt het eten zwaar waarop de ogen ook zwaar worden. Na een potje klaverjas wilde ik naar bed gaan, uiteindelijk besloten we met een mannetje of negen naar de dorpskroeg te gaan. Grote potten bier, een paar aangevraagde nummers en een rolstoel zorgden voor een hoop lol. Het schijnt dat Jan Cordes (herstellende van zijn val tijdens de Winsumer Wierdentocht) ook aanwezig was, ik heb hem echter niet gezien.
’s Morgens was het alweer vroeg dag. Er is altijd wel iemand vroeg wakker en om de één of andere reden maakt diegene ook veel lawaai. Er werd ontbeten en door de meesten werd voor de laatste maal de fietsbroek aangetrokken. Martijn ging zijn broer opzoeken die bij Vaals bivakkeerde, de anderen maakten een rondje voor koffie in Gulpen.
Terug bij de boerderij werden de spullen ingepakt. Na een broodje knakworst aanvaardden wij de terugreis en zat een prachtig fietsweekend er weer op.

Allen bedankt!

Richard

Deel via

Reageer op dit bericht